Toespraak bij een Kopstoot van Eva Mouton
.
Het cliché wil dat de allereerste liefde van een man – nou ja, na zijn moeder dan – de kleuterjuf is. Bij mij was dat niet het geval. Juffrouw Iet met haar dikke tiet vond het niet zo leuk dat we over haar zongen. En ze vond het al helemaal niet leuk dat ik als enige doorging toen ze zei dat we op moesten houden. Juffrouw Iet nodigde kleine Willem – gebreide trui, snotje in de neus, bril met op het rechterglas een pleister – voor de klas uit. Of ik daar nog één keer wilde herhalen wat ik had gezongen. Mijn klasgenootjes keken me aan. Wat dacht ze nou zelf? Ik zweeg en mocht naar de gang.
.
Juffrouw Iet was niet bepaald een mooie verschijning. Een vrouw van in de vijftig met ingevallen wangen en een bloempotkapsel. Vrolijk kon je haar ook niet noemen. En ze was streng. Afdwalen was een doodzonde. Ik moest altijd afmaken waar ik aan begon en als ik buiten de lijntjes kleurde, foeterde ze en maakte een prop van mijn papier.
.
U snapt, Eva Mouton komt niet uit Beuningen. Zij heeft juffrouw Iet niet als kleuterjuf gehad. Toen ik onlangs van ontwerper Jos Lenkens een blik mocht werpen op wat het magazine Kopstoot zou worden, werd me dat weer eens duidelijk. De potloodlijnen vielen bijna van het scherm af.
.
Eva krast en kliedert. Ook gumt ze. Of: gomt ze, zoals ze dat in haar taaltje zeggen. Ik vroeg eens aan Eva, toen ze aan het werk was, of ze dat nou vaak deed. ‘Het is meer om er een vuilere diepte in te krijgen, niet om iets weg te gommen,’ zei Eva. Ik knikte en probeerde daarbij ernstig te kijken, als een kenner.
.
Misschien wek ik nu de indruk dat ik niet zo enthousiast ben over Eva’s tekeningen en teksten. Dit is een misverstand. Sterker nog: ik versta Eva’s werk beter dan Eva. Daarmee bedoel ik dat onze gesprekken meestal naar een of twee zinnen spaak lopen. Dat heb ik wel vaker, dat een conversatie hapert. Ik ben dan ook heel slecht in het maken van volwaardige zinnen, daarom heb ik het nu maar op papier gezet. Maar bij Eva haper ik wel heel erg snel. Dat komt misschien deels door haar verschijning, maar vooral door haar tongval en dat taaltje, dat absurde taaltje. Ik kan dat maar moeilijk verstaan.
Zoals haar rubriek in De Standaard, Eva’s Gedacht. Waar is in godsnaam de ‘e’? Heb je, of beter: hebt ge daar nooit aan gedacht?
Ik hoorde onlangs waarom Vlamingen elk jaar het Dictee der Nederlandse Taal winnen. Niet omdat ze zo goed zijn met onze taal. Nee, ze oefenen. Er bestaan clubjes, waarschijnlijk zelfs hele verenigingen die wekelijks bijeenkomen om te trainen. En waar doen ze dat? Óp café natuurlijk! Laat ze liever een regering vormen.
Eva, ‘komaf’ gebruiken wij alleen in het integratiedebat. Een ‘gekwetste voetballer’ moet maar uithuilen bij zijn moeder, ‘bankcontact’ zou een persoon in een driedeligkostuum of mantelpakje kunnen zijn. Of een adres, maar geen gleuf in de muur. En de enige die nog in Nederland ‘marcheert’ is de fanfare van Beuningen. En zelfs die doet dat niet vaak meer.
.
Goed, ik versta Eva’s werk dus beter dan dat ik de schepper van dat werk versta. De dingen die wij maken lijken ergens ook wel op elkaar, als ik dat zo mag zeggen. Waar Eva vooral meisjes tekent met steeds hetzelfde kapsel – zo met een pony – en die dan opmerkelijke en gevatte gedachtes hebben en een vriendje dat Bert heet, daar zijn de hoofdpersonages in mijn verhalen onhandig, naïef en een tikkeltje ongemakkelijk in de omgang met anderen, en komen ze van een boerderij in Beuningen. Daarnaast zijn ze bang, die hoofdpersonages van ons. Bang voor alles. Al zijn mijn personages vooral bang voor de medemens en wat die allemaal niet over hem zal denken. En die van Eva voor kindjes, vogelgriep, vroegtijdige veroudering, saaie seks, een radioactieve wolk en natuurlijk, niet te vergeten, voor Twix.
.
Als ik kijk naar de overeenkomsten in ons werk, dan moet ik denken aan een uitspraak van de getalenteerde schrijver Detlev van Heest. Het is misschien wel onze poëtica. In een interview met Trouw zegt hij:
‘Als ik een boek lees, wil ik lezen over die schrijver. Ik wil weten hoe die schrijver in elkaar zit, hoe hij faalt, aanmoddert.’
Als tegenvoorbeeld neemt hij Arnon Grunberg. ‘Een fantastisch talent, een heel intelligente man. Maar hij verstopt zich in zijn boeken. Het gaat nooit écht over hemzelf. Hij ontmaskert zichzelf niet. ’
.
Tot zover het vergelijken tussen mijn werk en dat van Eva, want het wordt een beetje ongepast. Een keer complimenteerde Eva me over de stukjes op mijn weblog. Dat ze zo goed begonnen en dat ze daar zelf mee worstelde, met een goed begin voor een verhaal. Ik was even in de wolken en voelde me een gelijke van Eva. Het was onze beste conversatie, wel drie zinnen lang.
.
Eva, wij zijn hetzelfde, maar ook anders. Zouden wij eerder al vrienden zijn geweest als je in Beuningen was opgegroeid? Of ik in Sint-Niklaas? Ik ben bang van niet. Dat zingen over die dikke tiet was een uitzondering. Ik zag eruit als zo’n jongen die nooit uitgenodigd werd voor fuifen. Al was dat wel het geval. Ik slowde – schuifelen heette dat bij ons – heel serieus met gestrekte armen. Niet alleen de eerste keer, ook nog de tiende keer. En jij woonde naast de kerk in een oud klooster, maar ging nooit naar de mis. Jij durfde ‘Ik ben lekker stout’ van Annie M.G. Smidt voor te dragen aan een volle zaal.
.
Ik was niet zo blij met juffrouw Iet voor de klas, maar ik denk dat jij echt een teringhekel aan haar zou hebben gehad. Altijd proberen de strengheid te omzeilen, schrijf je. Dat is je gelukt. Gelukkig maar.
Ik heb heel veel bewondering voor je werk. Het is speels en onbeholpen, scherp en ontroerend. Elke potloodstreek of woord staat er niet voor niets. Het is menens zonder dat het menens is.
En behalve een hele goeie schrijfster en tekenares ben je ook nog eens uitvinder van mooie nieuwe woorden. Ik googelde ‘Woordenbrol’ en kreeg 42 hits. Overal stonden ‘woorden’ en ‘brol’ los van elkaar, behalve bij één link en die ging naar jouw website.
.
Tot zover. Dan richt ik me nu even tot alle bezoekers.
Mensen, hij is nu even niet te zien, maar er staat een portier – ik bedoel dus een uitsmijter of, zoals Eva zou zeggen, een buitenwipper – met een groot en hard hoofd bij de deur, die er ervaring mee heeft dat hoofd te gebruiken. Wees gerust. U kunt straks, aan het eind van de avond, op vertoon van het aangeschafte magazine van Eva zonder problemen dit pand verlaten. Mocht u echter, om welke reden dan ook – heeft u niet goed geluisterd? heeft u niet goed om u heen gekeken? – besluiten het blad niet te kopen, dan hoop ik van harte dat u aspirine en drukverband in huis heeft. Het is dan ook verstandig als er iemand is, bijvoorbeeld uw partner, die u vannacht om de twee uur wakker maakt. Mocht u morgenvroeg nog steeds veel last hebben dan kunt u het beste een huisarts raadplegen.
.
Tot slot.
Eva, wij gaan nog een keer naar de Frituur bij Sint-Jacobs, met de opmerkelijke slogan “Verse frieten sinds 1953”. En daarna gaan we daar bij jullie minigolfen, of we rijden naar Nederland om te midgetgolfen. Ik slaap dan weer in jullie keuken, met mijn voeten die achter de bar uit steken.
En misschien komt het dan ooit nog eens tot een conversatie met meer dan drie zinnen.
.
Het magazine is daar! Ik ben fan en fier (4) op u.
Vreewijs de max!
.
PS: Nog even excuses aan juffrouw Iet. Ooit was ik lijdend voorwerp, daar voor de klas met al die kinderen die mij aankeken, nu bent u dat.
.
Ga hier naar Eva’s website.
Altijd de strengheid proberen te omzeilen
26 november 2011 Door willemclaassen
[...] nogal volledig is, raad ik aan de details daar te lezen. En zeker eens verder te klikken naar de website van Willem Claassen (waar je een bijzonder ontroerende toespraak kunt nalezen). Een greep uit de foto’s, gemaakt [...]
[...] Ik knikte en probeerde daarbij ernstig te kijken, als een kenner.” (meer op de website van Willem Claassen) Share this:FacebookTwitterVind ik leuk:LikeWees de eerste om post te waarderen. Posted by [...]
[...] voor het zine in het algemeen, maar dat komt mede ook door het geweldige werk van Eva dat ik al eerder eens [...]